Reisverslag herfst op de Noors-Zweedse grens

September 2024 waren we in Zweden om van de herfstkleuren te genieten, zo ver naar het noorden begint de herfst immers eerder dan bij ons. We werden niet teleurgesteld, het was prachtig! Mara schreef er een reisverslag over, Tom een ABC.

Een reisverslag in negen voorwerpen

Tien dagen kanoën langs de Noors-Zweedse grens, terwijl de bladeren roodbruin kleuren, de muggen zich in hun holen verschuilen en de kans op noorderlicht aanzienlijk is. Ik las de wervingstekst en meldde me direct aan. Tijdens een voorbereidingsdag kregen we een paklijst die ons zou moeten klaarstomen voor de slechtst mogelijke weeromstandigheden. Ik nam de lijst door alsof ik een recept volgde waarbij elk ingrediënt een even belangrijke bijdrage vormde voor het succes ervan. De reis is dan ook het beste te beschrijven aan de hand van negen voorwerpen die een belangrijke rol hebben gespeeld tijdens de kanotocht.

Backpack

In de trein naar Zweden leerden we elkaar kennen aan de hand van onze bepakking. De deelnemer tegenover me vertelde dat haar backpack 21 kilo woog. Onze reisleider had ook een zware tas, maar ik vermoedde dat daar ook spullen in zaten om ons uit hachelijke situaties te redden. Ikzelf had mijn backpack niet gewogen, maar kon die nog zo makkelijk tillen dat ik eruit opmaakte dat ik met moeite de 10 kilo zou halen.  

Waterdichte sokken

Stuk voor namen we onze uitrusting door. Ultralichte opklapstoeltjes, laplandmokken, waterfilters, opvouwbare zitlapjes, en een dry bag ter grootte van een backpack. Ik blonk niet uit in ingenieuze gear maar nam de complimenten over de bescheidenheid van mijn bepakking trots in ontvangst. In plaats van de waterdichte sokken waarop ik had bespaard nam ik plastic vuilniszakken uit de trein mee, precies in de grootte van mijn voeten. Zij zouden mij twee weken lang beschermen tegen opspattend water en verraderlijk Zweeds gemiezer. 

Nepdonzen pufferjas

Toen ik een paar uur voor onze eindbestemming de kou door de dunnen mouwen van mijn merinowollentrui voelde kruipen, sloeg mijn trots om in paniek. Tijdens een overstap rende ik halsoverkop een H&M binnen, griste een nepdonzen pufferjas uit een rek en rekende het af bij de zelfscankassa. Bij de uitgang ging het alarm af, maar daar besteedde ik geen aandacht aan. Niet alleen zou ik twee weken lang plasticvoetzakken met mij meedragen, maar ook de ronde beveiligingstag van mijn nieuwe H&M jas*. 

Waterdichte tonnen

Bij de kanoverhuur verdeelden we onze belangrijkste spullen over waterdichte tonnen. Mocht de kano omslaan of om wat voor reden dan ook vol water komen te staan, dan zouden onze slaapzakken, wandelschoenen, maaltijden en elektronica in ieder geval droog blijven. Het is niet zo ver gekomen.

De wieltjes

Onze dagen op het water volgden een vast patroon. We stonden op, ontbeten met havermout, braken de tenten af, maakten duo’s voor in de kano en laadden de boten in. Elke kano kreeg eigen wielen voor onze landtransporten. En elk landtransport veranderde onze groep meer en meer in een organisme waarvan elk onderdeel een eigen functie had. Naarmate we langer onderweg waren, leefden we dan ook minder als solitaire elanden, maar meer als een kolonie mieren. Het einde van de dag was een omgekeerde herhaling van het begin. We laadden de kano’s weer uit, zetten onze tenten op en kookten ons drie-gangen-avondmaal.

Poepschep

We kampeerden in de wildernis en ontlastten daar dus ook. Door de dag heen zag ik stuk voor stuk reisgenoten met een uitklapbare schep in de bosjes verdwijnen. De eerste dagen voelde ik ongemak om in de aanwezigheid van de groep de schep op te pakken. Het was opmerkelijk hoe snel ik dit laagje beschaving van mij afschudde en zelfs verhalen begon te delen over mijn eilandontlasting. In de ruimte kreeg de poepschep een vaste positie. Hij lag trouw naast de tent van een specifieke deelnemer, alsof dat nooit anders was geweest. 

Aansteker 

De aansteker (of lucifer) is onmisbaar voor het verbranden van toiletpapier. Ook dit voelde de eerste dagen onwennig. Ik hield geen rekening met de windrichting en verbrandde herhaaldelijk mijn vingers. Op een gegeven moment sloeg mijn onwennigheid om in puur geluk. Aan de rand van een onbewoond eiland, omringd door loof- en naaldbomen, met zicht op een kalm meer, had ik mijn eigen kampvuur in de vorm van smeulend toiletpapier. Na afloop van dit ritueel controleerde ik zorgvuldig of ik geen bosbranden had veroorzaakt en prees mij gelukkig met de vochtige herfstnatuur. 

Het vrolijk gekleurde plaslapje 

Ondanks de toenemende gemeenschapsvorming, bleven tot het einde van de reis twee kampen bestaan: zij die zwoeren bij wc-papier en zij die een vrolijk gekleurd plaslapje aan hun backpack hadden bungelen. Het plaslapje is een alternatief voor wc-papier en dient na gebruik in het meer te worden gewassen. De lapjes zijn verkrijgbaar in vrolijke kleuren en vormen een kruising tussen een pannenlap en Oilily kinderkleding. Na tien dagen in de wildernis was ik getuige van een zeker plaslapdispuut dat draaide om de vraag of de plaslap in de openbare ruimte (lees: aan het handvat van de kano) mocht hangen of niet. Beide kampen waren onverbiddelijk in hun oordeel. Het is nooit helemaal goed gekomen, maar het volstaat hier te zeggen dat beide deelnemers het einde van de reis hebben gehaald. 

Hooikist  

Ik kende het fenomeen nog niet, maar een hooikist houdt pannen warm en zorgt zo dat het eten kan nagaren. Het is feitelijk een slaapzak zonder eigenaar en dat trok mijn aandacht. Voor aanvang van de reis had ik aangegeven te willen afzien, maar alleen in de tent, gehuld in al mijn aanwezige kleding, terwijl de vorst door het tentdoek naar binnensloop, kon de romantiek van het afzien geen vat op mij krijgen. Tijdens het avondeten kreeg ik de zegen van mijn groepsgenoten en ik zou me de rest van de reis om de hooikist ontfermen (en zij om mij). Ik heb het niet meer koud gehad.

Na tien dagen kanoën bereikten we veilig het eindpunt.

[* met behulp van de bon en Zweeds fatsoen kon de beveiligingstag zonder problemen alsnog worden verwijderd.]

De ABC van Tom

A = Anne
B = Bonte avond en van Bas, de ene reisbegeleider die ons goed de weg wees en nog zoveel dingen meer, en van brownies, mmmm jammie
C = Canadese kano, ons vervoermiddel
D = Doorpeddelen, dat was soms nodig, anders ging je achteruit
E = Evelien en Eefje, van Elanden die hebben we niet gezien, eekhoorntjes daarentegen wel
F = Fikkie stoken elke dag
G = Groepsverrassing en van groepsaccommodatie daar hadden we wel wat meer van verwacht. Comfortabel matras, haakjes bij de douches, voldoende stopcontacten, lampje op de overloop, enthousiaste kanoverhuurders, we dwalen af en doorrrrrr
H = Herfstreis en van Henriette de andere reisbegeleider die het super enthousiast kan verkopen
I = Instappen, dat ging altijd goed en van isolatie
J = Julie en van Jolien die was er helaas niet bij
K = Kano en van koude nachten
L = Lokroep van Henriette
M = Mara en Maartje en van Mist varen door de mist alsof je in niemandsland bent
N = Nevel boven het water en van Noorderlicht dat hebben we niet gezien
O = Overheerlijke avondmaaltijden
P = Paddenstoelenoogst en van pannenkoeken, een welkome afwisseling op de havermout
Q = Qualalumpur en van de quiz van Mara
R = Riëtte en van Regen, die hebben we ook gehad
S = Stroomversnellingen, van shelters en van prachtige sterrenhemel
T = Tom, van Trein en van de tag van Mara’s donsjas, gelukkig was ie zwart en niet een of andere felle kleur
U = Uitslapen op de rustdag
V = Vissen en van de verjaardag van Eefje
W = Water en van wildwater dat was bij de dammen vooral het geval en van wind en van de wieltjes die waren niet al te best. En van wildkamperen.
X = staat ook wel voor 10, het aantal kanotochtdagen met Treq kanoreizen
Y = Ys op de tenten en op de kanozitjes
Z = Zon zee strandvakantie, dat was dit niet maar we hadden wel zon en strand om te kunnen Zwemmen in de zon.